Een nieuwe baan en zorgen voor je zieke man volgens Martha

Uit onderzoek van Stichting Werk & Mantelzorg blijkt dat 45% van de werkende mantelzorgers een hoge drempel ervaart om de combinatie werk en mantelzorg bespreekbaar te maken. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld dat mantelzorgers hun collega’s niet willen (over)belasten of bang zijn voor de financiële gevolgen. Martha Wieling (49) overwon deze drempel en maakte de zorg voor haar zieke man bespreekbaar op de werkvloer. Door van begin af aan open hierover te zijn, kreeg zij veel begrip van haar werkgever en collega’s.

Op 42-jarige leeftijd kreeg de man van Martha de diagnose maagkanker. Het leek in eerste instantie goed te behandelen, maar tijdens een operatie bleek dat er niks meer aan te doen was. Een heftige tijd, maar na twee jaar ging het, tegen alle verwachtingen in, erg goed. In die tijd startte Martha met een nieuwe baan. “Na een werkleven als postbode kwam ik via een uitzendbureau terecht in de catering. In het begin sprak ik niet met mijn werkgever over de ziekte van mijn man. Ik dacht dat mijn man snel weer beter zou worden. Toen het slechter met hem ging, moest ik regelmatig een dag of halve dag mee naar het ziekenhuis. Daar bovenop kwam nog de zorg voor mijn drie kinderen. Toen heb ik mijn leidinggevende aan zijn mouw getrokken.”

Een drempel over

Het bespreekbaar maken van mantelzorg op de werkvloer is niet altijd even makkelijk. Ook Martha vond het spannend. “Ik was pas net aangenomen voor de baan. En dan moet je dit melden, zonder dat je zelf weet hoe de komende tijd eruit gaat zien. Ik wist dat het veel tijd ging kosten, ook op mijn werk. Gelijk werd ik door mijn leidinggevende gerust gesteld. We hebben er samen de schouders ondergezet en gekeken naar mogelijkheden en regelingen, waaronder zorgverlof. Uiteindelijk hebben we afgesproken dat de uren die ik door de mantelzorg niet aan het werk was, werden bijgehouden. Ik moest vooral aangeven wat ik nodig had. Als ik er niet was, namen collega’s mijn werk over. Soms een dag, soms een half uurtje. Zelfs mijn tijdelijke contract werd gedurende die periode omgezet naar een vast contract. Het team was zo hecht, daar heb ik echt mee geboft. Als ik de ruimte had, zette ik me dus ook dubbel zo hard in voor mijn collega’s. Achteraf was de drempel om het te vertellen aan mijn werkgever onnodig.”

Je werkplek als stabiele basis

Na een ziekbed van 6 jaar, overleed Martha’s man. Haar werkplek en collega’s zijn altijd een stabiele basis geweest. “Na een tijdje, ben ik langzaamaan weer gaan werken. Eerst halve dagen, maar al vrij snel weer hele. Ook toen gold: wat ik nodig had, werd geregeld. Het was een fijne plek om te zijn, er stonden altijd wel bloemen en kaartjes op mijn werkplek. Ik kon daar ontspannen en heb altijd ruimte gevoeld om mijn verhaal te doen. De uren die ik tijdens de ziekte van mijn man afwezig was, zijn kwijtgescholden. De ziekte van mijn man heeft mij dus nooit vrije tijd of inkomen gekost.”

Voor anderen in haar situatie heeft Martha één boodschap: “Wees eerlijk over wat er speelt. Je hoeft niet per se alle ins en outs te vertellen, maar geef aan wat je nodig hebt bij collega’s en je werkgever. Als je dat lastig vindt, zet het dan eerst voor jezelf op een rijtje. Uiteindelijk is het geven en nemen. Wees flexibel, want dan is je werkgever dat ook. Ik heb er veel voor teruggekregen.”